Medische aansprakelijkheid

MediRisk verplicht om aansprakelijkheidszaak in behandeling te nemen

In aansprakelijkheidszaken na een medische fout hebben wij meestal te maken met een verzekeraar namens het verantwoordelijke ziekenhuis en/of arts. Het is gebruikelijk in dit soort zaken om het medisch dossier te laten beoordelen door medisch adviseurs van zowel de betrokkene als van de verzekeraar. Verzekeraar MediRisk vindt het noodzakelijk dat niet alleen de medisch adviseur maar ook zaakbehandelaars inzage moeten krijgen in medische gegevens. Niet-medici zijn echter niet gebonden aan het medisch beroepsgeheim, dus dat is geen goed idee. MediRisk weigert echter de zaak in behandeling te nemen als de betrokkene geen toestemming geeft om zaakbehandelaars van MediRisk zijn/haar medische gegevens te laten zien. Daarmee stagneert de behandeling van de zaak en is de betrokkene ‘gedwongen’ om over de aansprakelijkheid te gaan procederen. Vanwege de kosten en het tijdsverloop is dat ongewenst; op deze manier wordt de betrokkene onder druk gezet om afstand te doen van zijn/haar recht op bescherming van privacygegevens. Wout van Veen Advocaten heeft deze problematiek aan de rechter voorgelegd. 

De rechtbank Oost-Brabant heeft in een uitspraak van 12 oktober 2018 hieronder opgenomen, beslist dat deze handelwijze niet door de beugel kan en MediRisk verplicht om de aansprakelijkheidszaak, ook zonder machtiging voor niet-medici, in behandeling te nemen.

Wij vinden het belangrijk dat slachtoffers van medische fouten een eerlijke behandeling krijgen van hun zaak en niet gedwongen kunnen worden om hun medische- privé-gegevens ‘zomaar’ aan niet-medici te laten zien.

Schending medisch beroepsgeheim

Medisch adviseur De Zeeuw, werkzaam bij Medirisk, heeft het huisartsenjournaal van onze cliënt aan anderen, o.a. de feitelijke schadebehandelaar en diens opdrachtgever, verstrekt. Hij heeft hierbij geen rekening gehouden met zijn medisch beroepsgeheim en evenmin blijk gegeven van een zorgvuldige afweging waarom hij dat beroepsgeheim heeft geschonden.

De medisch adviseur beroept zich op de Medische Paragraaf van de Gedragscode Behandeling Letselschade. Het tuchtcollege oordeelt dat de Medische Paragraaf van de Gedragscode Behandeling Letselschade in strijd is met de vigerende wetgeving punt 5.4 en 5.5. Bovendien heeft de medisch adviseur gehandeld in strijd met de Medische Paragraaf zelf.

De Medische Paragraaf biedt de medisch adviseur namelijk enige ruimte, maar hij heeft niet zorgvuldig van deze ruimte gebruik gemaakt.